Nox Arabica IV - The story so far

Het leven liep als het al eeuwen deed. Er was een sultan, hij had een kroonprins, en er was al een derde generatie geboren. Soms was er vrede, waarna er een periode van economische groei ontstond, wat andere naties jaloers maakte en uitliep op oorlog. Ook onlangs, onder Sultan Freydun, was er oorlog over een gebied dat een zekere Khan claimde. Ons verhaal begint als de Karavaan op de vaste tijd aankomt met een verrassing. Ze hebben een dief gevangen, die claimt gestolen te hebben, althans geprobeerd, in opdracht van de loco burgemeester. De hand van de dief wordt afgehakt, en de loco burgemeester maakt ‘promotie’ als junior minister. Een nieuwe burgemeester wordt aangewezen, een arts die vaker in de karavanserai is. Verder was het een avond van oude en nieuwe mensen die elkaar ontmoetten, iets wat de functie is van de karavanserai. Echter, die nacht werd er opnieuw een poging gedaan om iets te stelen van de karavaan, maar dit keer was het succesvol. De volgende ochtend startte de Sharif een onderzoek en het spoor van de dieven leidde naar de riolen van de karavanserai. De sultan sloot de wijk af en wachters onderzochten alles. Niets werd gevonden. Het was een drukke dag, waar het meest vreemde misschien wel was dat voor een kort moment, er een stukje woestijn in de stad aanwezig was, en dat de bankier en zijn dochter daarbij betrokken was, met een grote groep bewoners van de karavanserai. Maar ook kleine dingen gebeurde. De kleinzoon van de Sultan, Abtin, zocht een vrouwelijke zakenpartner, die gevonden werd, en wegtrok uit de karavanserai. Die avond werd de dief gevangen, en hij bekende alles, en het recht was snel. Hij werd ter dood veroordeeld door onthoofding.Op het moment dat dat gebeurde werd de stad getroffen door een aardbeving.

De Sultan zette zich in voor het herstel van zijn stad en van zijn rijk, hij stuurde een expeditie, in samenwerking met de karavaanleider Hassan, om uit te zoeken of er in het Sultanaat nog verder schade was, en deze te herstellen, zodat de Sultan al zijn aandacht kon vestigen op de stad zelf. Dit koste hem heel veel energie, en de sultan werd ziek. Toch wist hij met enig enthousiasme mede te delen dat zijn kleinzoon, Abtin, een verhouding had met een prinses, en dat ze zwanger was. De lijn van de Sultan zette zich voort. Hassan berichtte ondertussen dat de aardbeving schade had berokkend over het gehele sultanaat. Huizen waren ingestort, rovers maakte misbruik van de chaos.

“Het begint het vreemd te worden. We zijn ondertussen vier maanden weg van Iram. Maar ook in de kunstenaarsstad Niya zijn de gevolgen van de aardbeving enorm. Ik dacht altijd dat een aardbeving als de vuist van een god was die insloeg op de aarde en het land deed schudden als een tapijt onder de klappen van een mattenklopper. Hard in het midden, maar zachter naarmate de klap de randen van het tapijt bereikte. Maar Niya is net zo hard getroffen als de andere steden” aldus uit het verslag van Hassan.

Sommige steden maakte gebruik van de situatie op een positieve manier. In Niya ontstond er een markt in mozaïek. In Lop Nor was er een bron open gebarsten, waardoor er nu een meer ontstond, die het gebied, bekend om haar zoutmeer, omtoverde in een oase. Iram werd langzamerhand hersteld, maar de toestand van de Sultan verslechterde, en hij stierf. Jamshid, zijn zoon, werd Sultan. Toen Abtin’s zoon werd geboren, noemde hij deze naar de overleden Sultan, Freydun.

De karavaan keerde terug, met nieuws dat het leger van de Khan zich had verzameld bij Samarkand, en de Khan zelf, op verzoek van de Sultan. Tijd had ook niet stil gestaan in de karavanserai. Door de aardbeving was er een stuk rots losgelaten, waardoor een stuk woestijn zand, als water in een stuwmeer, was weggestroomd, waardoor er een ruïne van een begraafplaats werd blootgelegd. Terwijl de Khan met de Vizier van de Sultan de vrede aan het bespreken was in de karavanserai, waren diverse bewoners de ruïnes te verkennen, iets wat de Sultan per wet had verboden. Daarnaast had de Sultan, nu dat de oorlog voorbij was, gevraagd aan alle vrouwen, die nu een belangrijke functie beheerder, deze terug te geven aan de terugkerende soldaten. Dit leidde tot veel consternatie en protest onder de vrouwen, zeker in de karavanserai. Er kwam een dame van het hof van de Sultan om deze problemen te bespreken. Deze dame bleek ook een belangrijke factor te zijn tijdens de vrede besprekingen, omdat ze Khan de mond deed snoeren, en de voorgestelde voorwaarden voor de vrede te accepteren. Ondertussen wisten de bewoners het midden van de de ruïnes te bereiken, waar ze een mummy aantroffen, die een bezoekende romein als zijn moordenaar aanwees, en vertelde dat hij het hiernamaals niet kon bereiken. Toen hij de wens uitsprak het dodenrijk te kunnen bereiken, verscheen er een gevleugelde dame die hem meenam. De bewoners moesten met haast de ruïnes verlaten, waarna een aantal de toegang opbliezen. De woestijn eigende het gebied weer toe.

De vrede was teruggekeerd, de Khan vertrok, en Sultan Jamshid zorgde ervoor dat de oude waarden weer herleefden. Alles zou weer terugkeren naar het oude. Ware het niet dat de bron in Lop Nor krachtiger en krachtiger werd, en de rivier die daar zijn oorsprong had, al het water met zich meenam naar Iram, waar een meer ontstond waar eerst woestijn was. In de maanden die volgde verscheen er een projectontwikkelaar Mehmet, die plannen had om het meer te gebruiken voor een nieuwe karavanserai, een plek voor handel. Vreemd genoeg was de Sultan tegen dit plan. Het meer werd gezien als een abominatie, en moest verdwijnen. Dit conflict liet een aantal krachten van het grotere spel naar voren komen. Mehmet deed allerlei beloftes, als men hem hielp bij zijn plannen met het meer. De Hofdame, die al eerder in de karavanserai was tijdens de vrede besprekingen, die intieme banden leek te hebben met de Sultan, waren bezig met onderzoeken waar al het water vandaan kwam, en kregen daarbij hulp...van de woestijn leek het. Bepaalde bewoners leken verhalen te vertellen, die zichtbaar leken. En een vrouw gaf aan een man te zijn, een karavaan wachter, die niet meer gezien werd nadat de ruïnes waren ingestort. De profeet uit de woestijn, die al sinds het begin van deze verwarrende tijden in de stad was, wist, in samenwerking met andere bewoners die geloofden in de woestijn, een bepaalde ritueel om snel te kunnen reizen door de woestijn. Hij wist een groep naar Lop-nor te brengen. Wat ze daar hebben gezien, is niet bekend, Maar iets moet er gebeurd zijn, want de rivier die het meer voedde, lijkt minder wild. Het meer wordt niet meer groter.

En iets in de karavanserai is ook anders geworden. Tot diep in de nacht is er druk gediscussieerd. Waarover is niet bekend voor deze verhalenverteller, aangezien hij niet in het vaarwater wil zitten van de plaatselijke collega aldaar, maar de volgende dag zijn de mensen er nog steeds over bezig. Het werk gaat namelijk door. Het water moet rondgebracht worden, broodjes en kleding moet verkocht worden, en geld moet worden verruild. Maar een aantal bewoners besluiten hun heil ergens anders te zoeken. De Hofdame is weer terug in de karavanserai, maar het leek meer alsof ze werd afgelost door de Feydakin, de in zwart rood livrei geklede persoonlijke garde van de Sultan, met hun bel op hun linker schouder. De gehele dag zit ze mokkend in een van de karavaan tenten, zo nu en dan berichten. En aan de rand van de markt zit een man in een stoel. Hij bekijkt alles. Is vriendelijk. Bereid om vragen te beantwoorden. Altijd bereid om te vragen wat je wil. En hij wacht.