Differences between revisions 39 and 40
Revision 39 as of 2016-03-02 15:38:46
Size: 1482
Editor: clementine
Comment: test tekst weggehaald
Revision 40 as of 2016-03-07 18:59:43
Size: 1558
Editor: vontrox
Comment: PMU: 07-03-2015
Deletions are marked like this. Additions are marked like this.
Line 13: Line 13:

{{{#!wiki journal-content
<<Include(^Site/Reisverslagen/Etappe1)>>
}}}

1. Samarkand - Uit het dagboek van de karavaanleider

Dakloze man voor tapijttent

We zijn aangekomen in Samarkand, de laatste stad van de beschaving voordat we echt de woestijn intrekken. Het is Iram in het klein. Als we aankomen ben ik blij dat alles hier kleiner is. Veel laagbouw, weinig torens die zijn ingestort. Je ziet wel de veranderingen. Samarkand is de stad der wevers. De kleden die voor veel geld verkocht werden, worden nu gebruikt om gaten in muren te bedekken en om tenten mee te maken voor hen die geen huis meer hebben. ‘Net als vroeger’ grappen de ouderen, maar je ziet de schok van het land terug in hun ogen. De hulptroepen hebben het makkelijk hier. De meeste inwoners zijn weer op de been en er wordt hard gewerkt aan de materiële schade. Men heeft een tapijt boven het hoofd, en dat is dat. Ik weet goede deals te sluiten om een paar tapijten over te nemen. Geld is namelijk wel nodig. Ik stuur een boodschapper terug naar Iram om rapport uit te brengen.

6. Samarkand naar Iram - Uit het dagboek van de karavaanleider

De beschaafde wereld. Aan de ene kant heerlijk. Na de klappen van de wildernis is het fijn om het makkelijk te hebben. Het is voor de mannen ook het beste gedeelte van de reis.

Echter zijn de roofdieren hier venijniger dan in de woestijn en niet altijd even herkenbaar.

Ik moet meer wachters neerzetten bij de lading ‘s nachts. En de wachters extra in de gaten houden. Verleiding is schijnbaar te verleidelijk.
Maar binnenkort: Iram.

Eindelijk de benen strekken en handelen!

VI De waterdrager en de karavaanleider

De herbergier maakte extra kamers klaar Wanneer de waterdrager pauze had... Afscheid van de waterdrager

Ik sprak de waterdrager vanmorgen. Degene die in die oostelijke wijk werkt, waar de karavaan aankomt.

Ik sprak hem vandaag en hij was enthousiast. Hoe hij heet? Ik dacht Rasul , maar hij zei dat dat zijn vader was. Zijn eigen naam vergat hij te melden, zo enthousiast was hij. De karavaan kwam er aan. Hij kreeg het weer druk.

Alles moest klaar gezet worden voor de reizigers. De hele wijk was in rep en roer. Gastenkamers werden schoongemaakt in de herberg. In de bakkerij werd extra brood te gebakken. Ook de lang houdbare broodjes om te verkopen aan de karavaanleider werden aangevuld. De bankier en zijn slaaf waren druk bezig om alle handelscontracten klaar te hebben voor de grote dag. In de kleine tempel waren de priesters bezig met de rituelen die nodig waren om de goden gunstig te stemmen, om de handel, de veilige reis en het eerlijke verloop van afspraken te kunnen waarborgen. En de waterdrager? Hij en de bedelaar vulden alle drinkbakken voor de lastdieren die zouden komen.

Op de weinige rustige momenten in deze drukke tijd, kon ik even met de waterdrager praten. Hij was immers altijd een bron van verhalen voor mij. Hij moest daar zelf om lachen. Want hoe spannend zijn leven ook mocht zijn, het was niets vergeleken met de verhalen van de karavaanleider. Die maakte zoveel mee op zijn reizen. Verre landen, vreemde steden, rare mensen. Sommigen van deze verhalen kwamen met hem mee in de vorm van mysterieuze souvenirs, die hij onderweg vond, of dieren in de meest uiteenlopende kleuren.
"Ben je niet jaloers was op de karavaanleider?" vroeg ik hem.
"Een beetje." was zijn antwoord. Ja, de mooie dingen waren heel erg mooi, maar de gevaarlijke dingen, die waren erg, nou ja, gevaarlijk.

Niet iedereen keert namelijk terug van de handelsroute. En niet iedereen die terugkomt, is na zo'n reis dezelfde persoon. Ze hebben dingen gezien en meegemaakt in de woestijn of in de jungle. Niet iedereen kan dat aan. Soms, heel soms, verliest de karavaanleider zijn gehele karavaan aan de grillen van de woestijn. Het kan jaren duren voordat hij alles weer vervangen heeft. En denk eens aan alle afspraken die hij had gemaakt en die voldaan moesten worden. Zoals je weet, is geld niet altijd beschikbaar. Een afspraak is vaak meer waard, mits anderen je op je woord vertrouwen en je jezelf er aan houdt. De karavaanleider was zo’n man van zijn woord. En dit keer? Dit keer was de reis meer dan succesvol!

De waterdrager moest terug naar zijn werkzaamheden. De bedelaar gaf aan dat hij andere dingen te doen had. De waterdrager schudde hem de hand en wilde hem wat geld aan bieden. Na aandringen nam hij het onder protest aan. De bedelaar vertrok en de waterdrager tilde een tot de nok gevulde amfora met water op, zwaaide naar me en liep de wijk in.

Dit is het punt dat ik u ga verlaten, beste luisteraars. Hoewel u goed betaald voor mijn verhalen, is de tijd gekomen om terug te keren naar de wijk om de karavaan te aanschouwen. De waterdrager heeft goede verhalen, verhalen waar u uw eigen leven soms in kan herkennen. Maar ik heb de eer gekregen om te komen vertellen op het verjaardagsfeestje van het neefje van de vizier en daar heb ik krachtigere verhalen voor nodig. Laat de waterdrager me nu net een goede tip gegeven hebben bij wie ik dan moet zijn.

Vaarwel en misschien tot weerziens.

5. Bachu naar Samarkand - Uit het dagboek van de karavaanleider

Elke reis leer je weer iets nieuws.
De les dit keer: Geen kalveren.

Ik dacht dat ik een andere manier van zelf bewegende handel had gevonden. Hoe moeilijk kon het zijn? Elke boer kan het. En het klopt ook. Alle volwassenen leven nog.
Maar de kalveren zijn dood.

Ik zweer je dat ze die voorbij de horizon al konden ruiken.

V De waterdrager en de priesteres

De waterdrager vraagt hulp aan de priesteres De priesteres leek steeds jonger te worden De dochter van de tapijtverkoper

Er was eens een waterdrager die verliefd was op de dochter van de... van wie ook alweer? Een belangrijk persoon. Laten we zeggen de burgemeester. Van die ene wijk, Sjah Abbas, waar de handelskaravanen aankomen.

Deze waterdrager was verliefd, maar kon vanwege zijn lage stand niet de aandacht trekken van het meisje. En op de goedkeuring van haar vader hoefde hij al helemaal niet te rekenen. De waterdrager, laten we hem Rasul noemen, had al van alles geprobeerd. Zoete vleierijen, juwelen, parfum. Niets leek haar te interesseren en ten einde raad ging Rasul naar de priester in de wijk. Misschien had deze wel zoiets als liefdeskruidendrankjes. Alhoewel die waarschijnlijk te duur voor hem zouden zijn.

De priester van deze wijk was een vrouw. In die tijd kon dat gewoon nog. Tradities komen en gaan. Het was een oudere vrouw. Alle vragen, klachten of wensen van de bewoners die ze met zich meedroeg, waren af te lezen op haar gezicht.

Rasul kwam bij het huisje van de priesteres aan, net op het punt dat ze naar de markt wilde gaan. De markt was klein omdat de karavaan nog niet terug was. Alleen de dagelijkse dingen waren er te halen. Ze gebaarde Rasul om met haar mee te lopen.

Samen liepen over het marktplein, terwijl Rasul vertelde over de liefde van zijn leven: de dochter van de... bankier? Burgemeester! Hij eindigde zijn verhaal met de vraag of de priesteres hem kon helpen. Kon zij aan de godin van de liefde vragen om de dochter verliefd op hem te laten worden, misschien?

De Priesteres stopte, draaide zich om en sprak op strenge toon: "Denk je dat de liefde zo werkt? Dat ik simpelweg contact kan leggen met de godin en dat die dan een-twee-drie deze vrouw verliefd op je laat worden? Tegen haar eigen wil in? Denk je écht dat zo de liefde werkt?"

De mensen op de marktplaats stopten met hun eigen handelen om toe te kijken naar wat de priesteres nog meer zou doen.

"Heb je enig idee hoe tegenstrijdig jouw wens is, ten opzichte van wat de essentie van liefde is? Liefde is gebaseerd op het delen van gevoelens van twee personen. Of meerdere, als je kijkt naar de liefde van de ouders voor hun kinderen, of van de sultan voor zijn volk!"

De mensen op het plein kwamen dichter om de twee heen staan. De priesteres leek ondertussen groter te worden.

"Voel je niet dat liefde meer is dan de mist in je hoofd? Dan de vlinders in je buik en het gevoel van lust in je kruis?"

Een paar mensen in de groep lachten, maar de meesten van hen keken intens naar de priesteres. Ze leek te gaan gloeien tijdens haar preek.

"Liefde is zoveel meer. Liefde is de lijm die onze samenleving bij elkaar houdt. Liefde is de zalf op wonden. Liefde is wat onze cultuur weerhoudt van barbarisme. Liefde overwint alles!"

De mensen in de menigte begonnen instemmend ieder de naam van de godin van de liefde te scanderen. Iedere naam die ze kende van de volkeren in hun wereld die naar hun stad kwamen liet zich horen. Ishtar. Venus. Astghik. Qetesh. Pai Mutan. Hathor. Parvati. Nanaya.

De priesteres leek jonger, knapper, stralender. Haar energie was bijna overweldigend. Rasul begon zich te schamen. Plotseling, alsof er niets was gebeurd, was de priesteres weer haar oude zelf. Ze legde haar hand op Rasuls schouder.

"Als de liefde die jij voelt voor dit meisje wederzijds was geweest, dan had je niet bij mij hoeven te komen met je wens. De mist in je hoofd vertroebeld je zicht voor de ware mogelijkheden." Ze knikte lachend naar iemand achter Rasul. Hij keek om en zag nog net de dochter van de tapijtverkoper blozend wegkijken. Rasul draaide terug naar de priesteres, met meer vragen dan waar hij oorspronkelijk voor kwam, maar ze was al verdwenen in de menigte.

Rasul lachte wat ongemakkelijk, rechtte toen zijn rug en wandelde naar de tapijtkraam.

Volgens mij liep dit verhaal goed af voor Rasul. Hij trouwde haar en ze kregen vele kinderen. Allemaal waterdragers en tapijtverkopers. Je kunt ze nu nog ontmoeten in Sjah Abbas.

4. Khotan naar Bachu - Uit het dagboek van de karavaanleider

Duivels en Demonen! Moge de Goden ze vinden en straffen! En mogen ze meteen iets aan die zandstormen doen.

Ik was te gehaast. Ik wilde te snel Bachu bereiken. De westerlingen hebben totaal geen waterdiscipline. Dus negeerde ik de tekenen. En werden we overvallen door de storm.

Drie kamelen dood. Enig idee hoe moeilijk het is om een Schip van de Woestijn te laten zinken?

Ik zal een gedeelte van de lading moeten overhevelen, en harde keuzes maken in wat ik achter laat. Kijken wat ik verder op de route kan laten vervangen. Ik maak dan misschien minder winst, handelsrelaties zijn meer waard. Tot op zekere hoogte.

IV De waterdrager en de bedelaar

De waterdrager De waterdrager bij de bagageruimte De kat

Er was eens een bedelaar. En een waterdrager. Ik weet niet meer hoe de bedelaar heette, maar de naam van de waterdrager was... Ryat. Ja, dat was zijn naam.

Ryat werkte graag met de bedelaar. Het was niet een man waar hij op kon rekenen, maar wel een die er toevallig altijd was als hij iemand nodig had. Hoe dat kon, wist Ryat niet. De bedelaar wist overal op te dagen waar Ryat hulp nodig had met klussen, die te zwaar waren om alleen te doen. Zoals drie amfora's sjouwen, wat Ryat twee keer lopen kostte, maar wat met z’n tweeën in één trip klaar was. Na afloop van de klus deelde hij zijn lunch met de bedelaar. Over honger hoefde Ryat zich geen zorgen te maken, omdat hij 's middags toch in de keuken zou zijn van de Bankier.

Wat? Dat was een andere waterdrager? Hoezo? De Bankier heeft altijd een keuken. En een dochter. En een waterdrager die haar daar probeert te versieren, wat natuurlijk niet lukt.
Edu? Nooit van gehoord. Wacht. Was dat niet de vader van Ryat?
Maakt niet uit. Waar was ik? Oh ja. Lunch.

Tijdens de lunch deelden Ryat en de bedelaar ook roddels en verhalen met elkaar. Samen brachten ze de hele wijk in kaart. Zo nu en dan deed de bedelaar iets bijzonders. Zoals die ene keer met dat meisje, dat richting de markt liep met tranen in haar ogen. De bedelaar riep haar en gooide haar vier zilveren munten toe toen ze omkeek. Ze ving die, op een manier die Ryat verdacht snel leek, wreef haar tranen weg en bedankte de bedelaar terwijl ze rechtsomkeer maakte.

"Ze was van plan om zichzelf te verkopen op de markt.", mompelde de bedelaar.
"En dat is geen manier van leven."

Vier zilver? Heb je enig idee hoeveel hij daarvoor moest bedelen? Het kost mij vijf avonden verhalen vertellen, kan ik je zeggen.
Maar zulke dingen deed de bedelaar zomaar. En werd hij ‘s avonds weer de herberg uitgeschopt omdat hij te ver ging met bedelen.

Zo zie je maar weer. Bedelaars hebben een zwaar leven, maar ze kennen het leven wel door en door.
Soms vraag ik me af of het de prijs waard is.
Vraag het maar aan hem als je hem ziet, daar in de buitenwijk. Of het de bedelaar uit het verhaal is?
Maakt dat iets uit? Zijn niet alle bedelaars hetzelfde?

3. Niya naar Khotan - Uit het dagboek van de karavaanleider

Westerlingen. Zo vaak kom je zie hier niet tegen. Ik had mijn kamp net opgezet, toen ze over de heuvel kwamen. Op paarden. Paarden!

Ze probeerden ze te ruilen voor mijn kamelen. Ik heb ze verteld dat ze beter de Noordelijke Route konden nemen. Die gaat dan wel door de bergen, maar dan reizen ze over wegen waar de hoeven niet doorheen zakken. Ik legde ze ook uit dat ik niks aan paarden had, omdat ik met kamelen in één week de woestijn kon doorkruisen, in plaats van drie. Ze verbleekten. Ze waren al vijf weken onderweg vanaf Khotan.

Een paar geven de moed op, als ze horen hoe veel langer hun reis gaat worden als ze de Noordelijke Route nemen. Ze vragen of ze met me mee terug kunnen reizen. Geen probleem. Betalende reizigers is altijd winst in mijn boekje.

III De waterdrager en de dochter

De waterdrager bezorgde 's middags bij de bankier Ze stond op het punt haar sluier af te doen De huisslaaf stuurde de waterdrager weg

Er was eens een waterdrager in de buitenwijk, vlakbij Sjah Abbas. Hij was verliefd op de dochter van de plaatselijke bankier. Hoe hij heette? De bankier? Geen idee, maar de waterdrager werd Edu genoemd, geloof ik.

Edu leverde altijd met plezier water bij de bankier. Niet zozeer vanwege de bankier zelf, maar vanwege zijn prachtige dochter. Als hij het goed regelde, dan was hij precies bij de bankier met het water, op het moment dat deze zijn middagslaap hield. En dan was de dochter van de bankier alleen in huis.

De bankier was nogal van de oude stempel. Hij stond er op dat zijn dochter een sluier droeg, wat ze dan ook deed. Dat wilde niet zeggen dat de rest van haar kleding kuis was. Zeker niet.

Edu flirtte graag met haar. Hij behoorde tot een te lage klasse om ooit iets serieus met haar te kunnen beginnen. Haar vader zou het nooit toestaan. Maar als hij toch eens een glimp zou kunnen opvangen van haar gezicht...

Ook deze dag was de dochter alleen en ze kletsten wat in de keuken. Edu had de beste roddels, omdat hij iedereen ontmoette tijdens zijn werk. Hij vertelde haar over de dochters van diverse buren en welke toeren ze uithaalden om hun uiterlijk te verfraaien. Ze lachte hard om het verhaal van het buurmeisje dat vroeg of Edu ook uitgekookt water leverde, wat beter zou zijn voor haar huid.

Edu liet zich tussen het lachen door ontvallen dat de dochter van de bankier zo iets nooit nodig zou hebben. Hij zag haar glimlachen onder de sluier en haar hand ging speels naar de speld in haar haren die de sluier vasthield.

Precies op dat moment kwam de huisslaaf van de bankier de keuken binnen. Hij zette grote ogen op. Zonder een woord te zeggen gebaarde hij dat Edu snel weg moest wezen. In de gang waren de voetstappen van de bankier al te horen. Edu maakte dat hij weg kwam.

De huisslaaf was sinds die dag wat nauwlettender op Edu. Maar Edu wist eigenlijk niet of hij werd beschermd tegen de bankier, of tegen de dochter. Dat de bankier gevaarlijk kon zijn voor Edu was duidelijk. Maar waarom zou hij beschermd moeten worden tegen de dochter? Edu leverde voor de zekerheid nu het water aan de bankier in de ochtend.
Je kan het lot maar één keer ontspringen.

Of ik weet hoe de dochter van de bankier er uit zag? Nee, dat is al zo lang geleden. Ik weet niet eens of de huidige bankier een dochter heeft. Misschien moet je dat zelf maar eens uitzoeken. De wijk is er nog steeds. En er zit nog altijd een bankier. Doe hem de groeten als je hem ziet.

2. Lop-Nor naar Niya - Uit het dagboek van de karavaanleider

De jungle. Altijd al een pesthekel aan gehad. Je hebt simpelweg geen zicht. Je weet nooit wat zich verborgen houdt achter de gordijnen van groen. En als je slim bent, schuif je die ook niet opzij.

Je hebt altijd sukkels die dat niet kunnen laten. Zoals Rashid. Die zegt dat er een tempel was. Verlaten. Eeuwen oud. Niets leefde daar. Nou ja. Niets...

Rashid zweert dat het een slang was. Een hagedis. Een soort wolf.
Hij raaskalt. Zover ik weet heeft een dier geen snij- en maal-tanden. Ik ken maar één soort ‘dier’ met zo'n gebit.

Het been van Rashid ziet er slecht uit. Ik kijk naar Lin Yoa. Hij knikt en gaat naar de theevoorraad die we bij ons hebben, voor iets kalmerends. Ik kijk naar Yusuf. Hij knikt en gaat zijn kromzwaard slijpen.

Ik moet Rashid lozen in Niya. Ik kan geen één-benige gebruiken in mijn karavaan.

II De waterdrager en de ketting

De waterdrager bij de bakker De ketting op de kaptafel Hij sprak een andere taal!

Er was eens een waterdrager. Hij werkte in de buitenwijk, waar alle buitenlanders die komen handelen worden ondergebracht. Hoe de waterdrager heette? Laten we hem Duad noemen.

In de de wijk waar Duad het water rond bracht woonde een bakker.
De vrouw van de bakker was al tijden ziek en lag vaak in bed. Ze had een eigen watervoorraad op de bovenste verdieping, die Duad van tijd tot tijd moest bijvullen. Met de bakker stemde hij af wanneer het het beste moment was om een volle kruik water naar de slaapkamer te brengen. Dit moest gebeuren als ze uit bed was en even buiten het vertrek van de zon genoot.

Het was voor Duad geen probleem om wat extra moeite te doen voor zijn klanten. Hij wist dat de vrouw van de bakker genoot van het koele water dat ze kon drinken zonder telkens naar beneden te moeten klimmen.

Het was laat in de middag, deze ene keer waar dit verhaal over gaat. De bakker en zijn vrouw waren weg op visite.

Duad liep naar de bovenste verdieping en zette de kruik water op de tafel naast het bed, toen hij op de kaptafel een ketting zag liggen. Het vreemde aan de ketting was dat het niet duidelijk een sieraad voor man of een vrouw was. De waterdrager wist dat de bakker zware schakelkettingen droeg van dure metalen, maar deze ketting was anders. Maar hij was ook weer niet zo delicaat als voor een vrouw.

Duad kon de drang niet weerstaan en probeerde de ketting om. Vol trots bekeek hij zichzelf in de spiegel. De ketting paste hem en gaf hem een zekere flair. Misschien zou de dochter van de bankier hem zowaar opmerken als hij zoiets droeg?
Duad probeerde theatraal één van zijn versierpraatjes, maar...
Hij sprak in een andere taal! Zijn tong verdraaide de woorden die hij in zijn hoofd had! En het ergste was, hij verstond de taal zelf niet! Duad deed verschrikt de ketting af en vluchtte uit het huis.

Waarom de vrouw van de bakker deze ketting had? Geen idee. Maar er gebeuren wel meer vreemde dingen daar in die wijk. Vraag het maar aan Duad als je me niet gelooft. Of werkt ondertussen zijn kleinzoon daar nu als waterdrager?

1. Dunhuang naar Lop-Nor - Uit het dagboek van de karavaanleider

Keerpunt. Tijd om terug te gaan. Dit is het uiterste punt van mijn route. Hier nemen de Han het van me over. Ik mag simpelweg niet verder. Zo is altijd de afspraak geweest. Ik ben blij toe. Wat hier over de steppen schijnt te lopen; de verhalen liegen er niet om.

De mannen zijn uitgerust en hebben hun loon er doorheen gejaagd. Sommigen blijven, verstrikt in een vrouw en kinderen. Anderen willen juist zo snel mogelijk weg. Ik heb de inkopen gedaan voor wat ik op de terugweg beloofd heb mee te nemen. Ik heb ook een aantal reizigers die aansluiten. Ik hou van reizigers. Ze betalen, en ik hoef ze niet te sjouwen. Lopen doen ze zelf. Als al mijn vracht dat maar deed.

Nou, er is nog andere vracht wat dat doet. Maar dat soort handel, daar waag ik me niet aan.

I De waterdrager en de kat

De waterdrager De waterdrager bij de bagageruimte De kat

Er was eens een waterdrager. Wat was zijn naam ook al weer? Laten we hem Abu noemen.
Abu werkte in het gedeelte van de stad dat we nu kennen als de karavanserai Sjah Abbas. Je kent die wijk wel, in de buitenste ring van de stad.

De dag begon altijd vroeg voor Abu en altijd bij de Herberg. De handelaren en kooplui zorgden ervoor dat hun magen goed gevuld werden voor het werk van de dag begon. Zij hadden, en hebben nu nog, altijd het water het eerst nodig.

Abu begroette de herbergier en begon de amfora's met water naar de koelkelder te brengen. Hij kende de weg en kende de gasten, ook al kwamen ze van over de gehele wereld. Voor hij de kelder bereikte moest hij langs de opslagruimte voor de bagage, en daar hoorde hij iemand praten. Abu was bang dat hij tegen iemand aan zou lopen en de amfora zou laten vallen, dus hij kondigde zijn komst aan.


Maar toen hij in de opslag kwam, zat slechts de dienstdoende muizenvanger in het midden van de ruimte. De zwarte kat keek Abu aan, alvorens weg te schieten.

Sinds die dag, elke keer dat Abu water kwam leveren bij de Herberg, zat de kat buiten de bagageopslag. Hij bewoog nooit, maakte geen enkel geluid en keek Abu recht in de ogen aan...

Hoe lang dit geleden was? Geen idee. Ga er maar eens kijken. Misschien zit die kat er nog steeds...